Hoofdmenu

  • 1. Kort of uitgebreid menu. In dit menu kun je kiezen tussen het korte of uitgebreide menu (expanded). Kies om de set te leren kennen voor het uitgebreide menu, kies (on).
  • 2. 144 MHz. ARS – Automatic Repeater Shift in de 2 meter band – werkt niet als de set gemodificeerd is. Er is verschil tussen de Amerikaanse en Europese uitvoering, het gemakkelijkste is het om deze functie uit te zetten en de repeatershift handmatig in te stellen of de repeaterkanalen te programmeren. (off)
  • 3. 430 MHz. ARS – Automatic Repeater Shift in de 70 cm band – werkt niet als de set gemodificeerd is. Er is verschil tussen de Amerikaanse en Europese uitvoering, het gemakkelijkste is het om deze functie uit te zetten en de repeatershift handmatig in te stellen of de repeaterkanalen te programmeren. (off)
  • 4. AM/FM fijnafstemming – Hier kun je de grote draaiknop voor fijnafstemming uitschakelen als de set in de AM of FM mode staat. Daargaans heb je bij FM en AM vaste frequentiestappen van 5, 9 of 12,5 KHz en gebruik je de fijnafstemming  niet. Keuze uit Enable (aan) en Disable (uit) – (Disable)
  • 5. AM Microfoon versterking – De modulatiesterkte in de AM mode stel je hier in, afhankelijk van de gebruikte microfoon en stemvolume. Met de standaard handmicrofoon is 35 gemiddeld een goede instelling. (35)
  • 6.AM-step – De afstemstapjes als de set in de mode AM staat. Keuze uit 2,5-5-9-10-12,5-25 Khz (5 KHz)
  • 7. APO-Time – Automatisch set uitschakelen na een bepaalde tijd. Off- 1h-2h-3h-4h-5h-6h – (Off)
  • 8. ARTS-Beep – “Automatic Range Transponder System” – Hier maak je een keuze wanneer je in de set ARTS hebt staan wanneer deze signaal geeft, Je kunt kiezen tussen de ingestelde range en alle signalen met ARTS. Off-Range-All – (Off)
  • 9. ARTS-ID – “Automatic Range Transponder System” – Hier kun je aangeven of je set een ARTS-ID uitzend of niet. Off-ON -(Off)
  • 10. ARTS IDW – “Automatic Range Transponder System” call. Hier stel je je call in en wordt uitgezonden als menu 9 op on staat. Je stelt je call als volgt in. Ga naar menu 10, druk heel even de mem/vfo ch knop in. Draai aan deze knop om de positie te kiezen waar je een karakter wilt invoegen/veranderen. Met de grote tuningknop kun je een karakter kiezen. Als je klaar bent draai je nogmaals even op de mem/vfo ch knop.
  • 11. Beacon Text 1 – Baken tekst – instellen kan door de mem/vfo ch even in te drukken en dan de cursor naar de plaats draaien waar je een karakter wilt plaatsen/wijzigen. Met de grote afstemknop kun je het karakter bepalen. Als je klaar bent nog eenmaal kort op de mem/vfo ch drukken. (Eigen tekst)
  • 12. Beacon Time – Intervaltijd baken berichten – Off / 1-255 seconden. (Off)
  • 13. Beep tone – Toonhoogte van het piepje dat je hoort bij het bedienen van de set. 440 Hz /880 Hz/ 1760 Hz. (1760 Hz)
  • 14. Beep Vol – Het volume van de pieptoon. In te stellen tussen 0 en 100. (40)
  • 15. Car Lsb R – Zet de ontvangst LSB draaggolffrequentie tussen -300 en + 300 Hz (0 Hz – 230 Hz voor digitale modes)
  • 16. Car Lsb T – Zet de zend LSB draaggolffrequentie tussen -300 en + 300 Hz (0 Hz – 230 Hz voor digitale modes)
  • 17. Car Usb R – Zet de ontvangst USB draaggolffrequentie tussen -300 en + 300 Hz (0 Hz – 230 Hz voor digitale modes)
  • 18. Car Usb T – Zet de zend USB draaggolffrequentie tussen -300 en + 300 Hz (0 Hz – 230 Hz voor digitale modes)
  • 19. Cat Rate – Instelling van de baudrate voor computerinterface. De meeste interfaces werken op 4800bps. 4800bps – 9600bps – 38400bps. (4800bps)
  • 20. Cat/Lin/Tun – Hier kun je instellen welk apparaat je hebt aangesloten op de cat aansluiting. Cat is voor een interface, Lin is voor een lineair en Tun is voor een tuner. Merk wel op als je de AT-897 tuner gebruikt je dit menu op Cat moet zetten. (Cat) 
  • 21. Clar Dial Sel – Hiermee selecteer je de knop waarmee je de clarifier wilt bedienen. Met de clarifier kun je tot 9,99 KHz afstemmen naast de zendfrequentie. Je drukt hiervoor het knopje tussen sql/rf en Clar even in en draait dan aan de knop die je in dit menu geselecteerd hebt. Normaal is het de Clar knop, maar je kunt ook de Dwn/up (m/v) knop kiezen of de grote draaiknop (main) (Clar)
  • 22. CW Auto Mode – Hier kun je kiezen of CW tijdens FM of SSB mogelijk is. Standaard is (off)
  • 23. CW BFO – Hier kun je de CW injectie instellen, in USB, LSB of in Auto. Bij auto kiest de set beneden de 10 MHz voor LSB en voor erboven USB. (USB)
  • 24. CW Delay – Stelt de ontvanger hersteltijd tijdens pseudo-VOX CW semibreak-
    in werking. (250ms)
  • 25. CW Key Rev – Hier kun je, als je seinsleutel andersom bedraad is, de set op reverse zetten. (normal)
  • 26. CW Paddle – Je kunt er voor kiezen om te seinen met de up en down toetsen op je handmicrofoon, kies dan Mickey, normaal staat de set op Elekey
  • 27. CW Pitch – Hiermee stel je de sidetoonhoogte in, de filters worden hiermee automatisch bijgesteld 400/500/600/700 of 800 Hz (700 Hz)
  • 28. CW Qsk – Kies tijdsvertraging tussen PTT schakelaar en draaggolf bij QSK interne sleutel 10-15-20-25-30 ms (10 ms)
  • 29. CW Side Tone – Hier stel je het volume in van de CW sidetoon tussen 0 en 100 (50)
  • 30. CW Speed – Het aantal woorden per minuut, instelbaar tussen 4 woorden en 60 woorden per minuut. (12 WPM)
  • 31. CW Training – Met deze zet kun je morse trainen, in menu 30 heb je al het aantal woorden in kunnen stellen, in dit menu kun je instellen N- voor als je cijfers wilt trainen, A – voor als je letters wilt trainen en AN voor als je beide wilt trainen. Druk op B (STRT in het display) en de training begint. AN
  • 32. CW Height – Zet de punt streep verhouding CW van 1:2,5 tot 1:4,5. (1:3.0)
  • 33. DCS Code – Set de DCS code, wordt niet veel gebruikt, repeaters maken gebruik van de analoge CTCSS code, DCS is de digitale variant. (23)
  • 34. DCS Inv – Hier stel je in hoe je de DCS wilt gebruiken. TN-RN is de normale stand.
  • 35. Dial Step – In grote of kleine stappen afstemmen met de grote dial knop, in de mode fine kleine stappen, in de mode  Coarse twee keer zo grote stappen (fine)
  • 36. Dig Disp – Frequentie offset getoont in digitale modes, tussen -3000 en + 3000 Hz. (0 Hz)
  • 37. Dig Gain – De ingangsgevoeligheid van de digitale ingang. Als je het ingangsvolume niet kunt veranderen (computer, interface) dan zul je de digitale gain van de set aan moeten passen, anders zet je de set op (50)
  • 38. Dig Mode – Selecteer hier in welke mode je werkt, RTTY upper of lower, PSK31 upper of lower of een andere digitale modes (user) upper of lower. Voor JT65 zet je de set op (User-U)
  • 39. Dig Shift – Stel hier de draaggolf-shift in voor digitale modes in User-U en User-L modes ( 0 Hz)
  • 40 – Dig Vox – De Vox gevoeligheid van de digitale ingang, bij welk ingangssignaal begint de set te zenden, in te stellen tussen 0 (totaal ongevoelig) en 100 (zeer gevoelig). Als je deze functie niet gebruikt dan (0)
  • 41. Disp Color – Hier kun je de kleur van het dispay instellen tussen de kleuren 1 tot en met 32 (7)
  • 42. Disp Contrast – Hier kun je het contrast van het dispay instellen tussen 0 en 13 (6)
  • 43. Disp Intensity – De intensiteit van het achtergrondlicht in het display (3)
  • 44. Disp Mode – De tijd dat het achtergrondlicht blijft branden. Bij Off blijft het licht uit. Bij auto 1 gaat het licht na 3 seconden geen bediening het licht uit en op auto 2 blijft het licht continue branden als de set is aangesloten op een voeding, op de batterij gaat het licht na 3 seconden uit na het indrukken van of draaien aan een knop. op de stand ON blijft de verlichting continue branden. (auto 2)
  • 45. Dsp Bpf Width – Hier stel je de bandbreedte in voor het Digital sound processing filter voor de CW audio met een keuze tussen 60/120/240 Hz (240 Hz)
  • 46. Dsp Hpf Cutoff – Instelling voor het Dsp audio hoog doorlaatfilter. 100/160/220/280/340/400/460/520/580/640/700/760/820/880/940/1000 Hz. (100 Hz) (zet voor een goede verstaanbaarheid het filter niet hoger dan 400 Hz)
  • 47. Dsp Lpf Cutoff – Instelling voor het Dsp audio laag doorlaatfilter. 1000/1160/1320/1480/1650/1800/1970/
    2130/2290/2450/2610/2770/2940/3100/3260/3420/3580/
    3740/3900/4060/4230/4390/4550/4710/4870/5030/5190/
    5390/5520/5680/5840/6000 (Hz)  (6000 Hz). (Zet voor een goede verstaanbaarheid de set niet lager dan 2130 Hz, tussen 2130 en 2700 Hz heeft het filter het beste effect)
  • 48. Dsp Mic Eq – Microfoon equalizer. In de stand off is dit filter uitgeschakeld, in Lpf worden de lage tonen benadrukt, in Hpf worden de hoge tonen benadrukt en in de stand Both worden de middentonen benadrukt. (off)
  • 49. Dsp Nr Level – Niveau van de dsp ruisonderdrukking, in te stellen tussen 1 en 16 (8)
  • 50. Emergency – Uitgeschakeld in Europese modelen, anders op (off)
  • 51. Fm Mic Gain – De gain van je microfoon in Fm-mode in te stellen tussen 0 en 100. 35 is bij de meeste amateurs een mooie instelling (35)
  • 52. Fm Step – De afstemstapjes in de Fm-mode. Zit je alleen op 2 meter en 70 cm in Fm dan is 12,5 KHz een prettige instelling. Zit je ook op 10 meter in Fm dan is 5 KHz praktischer. 5/10/12,5/15/20/25/50 KHz. (12,5 KHz)
  • 53. Home → Vfo – Thuisfrequentie lock. In de stand Off zal de huisfrequentie (op te roepen door Home in te drukken) niet veranderd worden als er aan een afstemknop gedraaid wordt. In de stand On wordt de Thuisfrequentie als deze aangeroepen wordt in de Vfo gezet en kan vanuit de thuisfrequentie worden gedraaid over de band. (On)
  • 54. Lock Mode – Wijze waarop de lock-knop werkt. In de stand Dial worden alleen de grote afstemknop geblokkeerd. In de stand Freq worden alle mogelijkheden om de frequentie te veranderen geblokkeerd. In de stand Panel worden alle knoppen op de set geblokkeerd, behalve de lock en power toets. In de stand All blokeert alles, ook de microfoonknoppen, met uitzondering van de lock en power toets (Dial)
  • 55. Mem Group – Inschakelen van de functie voor geheugengroepen. Als deze functie is ingeschakeld zullen de 200 standaard geheugenkanalen gegroepeerd worden in 10 groepen van elk 20 geheugenplaatsen (off)
  • 56. Mem Tag – Menu om karakters toe te voegen aan geheugenkanalen. Hoe dit werkt komt aan bod in het hoofdstuk over geheugenkanalen opslaan. (blank)
  • 57. Mem/ Vfo Dial mode – Als je de mem/vfo ch indrukt kun je bij de tweede functie van deze knop komen. In de MHz/Mem Grp setting kun je in Vfo mode afstemmen in hele Megahertzen, in geheugen mode kun je door de geheugengroepen bladeren (menu 55 moet dan aanstaan). Bij Mic Gain kun je de gevoeligheid van je microfoon instellen, in NB level kun je het niveau van de Noise Blanker veranderen, in de stand RF power je vermogen en in de stand Step de stapgrootte bij het afstemmen. Je kunt ook CW sidetone en CW speed op deze knop selecteren. In de praktijk is (MHz / Mem Grp) het gemakkelijkste.
  • 58. Mic Scan – Hier kun je in en uitschakelen of je via de microfoon toegang hebt om scannen in te schakelen (on)
  • 59. Mic Sel – Microfoon selectie, Normaal is een normale microfoon, Rmt is niet van toepassing en Cat is voor al je een FC-30 antennetuner hebt, je kunt dan de seriële kabel aansluiten op de microfoon kabel. (Nor)
  • 60. Mtr Arx Sel – Instellingen voor een externe meter bij ontvangst. Sig voor signaalsterkte, Ctr voor de discriminatie centrum meter, Vlt voor het voltage, N/A is niet beschikbaar. Fs geeft een stroom van 1 mA om de meter afteregelen. Off als er geen meter aangesloten is. (off)
  • 61. Mtr Atx Sel – Instellingen voor de externe meter tijdens zenden. Pwr voor het vermogen, Alc voor de relatieve niveauspanning, Mod voor de modulatie, Swr voor de staandegolfverhouding, Vlt voor de spanning en N/A is niet beschikbaar en off voor als je geen externe meter hebt (off)
  • 62. Mtr Peak Hold Hiermee komt er een vertikaal streepje te staan op de meter in het display waar de waarde piekte, blijft zeer korte tijd staan (on)
  • 63. Nb Level – Niveau van de noise-blanker tegen de if-storing, in te stellen tussen 0 en 100. (50)
  • 64. Op Filter 1 – niet beschikbaar
  • 65. Pg A – Programmeren van de A knop in operating menu Mfq, alle instellingen mogelijk (Moni)
  • 66. Pg B – Programmeren van de B knop in operating menu Mfq,, alle instellingen mogelijk (Q.Spl)
  • 67. Pg C – Programmeren van de C knop in operating menu Mfq,, alle instellingen mogelijk (Atc)
  • 68. Pg Acc – Niet beschikbaar
  • 69. Pg p1 – Niet beschikbaar
  • 70. Pg p2 – Niet beschikbaar
  • 71. Pkt 1200 – Audio in niveau 1200bds packet (50)
  • 72. Pkt 9600 – Audio in niveau 9600bds packet (50)
  • 73. Pkt Rate – Baudrate voor packet, 1200 of 9600 bps (1200)
  • 74. Proc Level – Setting voor de processing van het ingangssignaal (microfoon). Deze processing zorgt voor een hoger gemiddeld vermogen in AM en SSB maar moet niet te hoog worden gekozen daar er anders vervorming optreedt. In te stellen tussen 0 en 100, voor ieder stem is dat weer anders (50). Voor inschakelen van de processing zie het operating menu
  • 75. Rf Power Set – Vermogensregeling, in te stellen tussen 5-100 Watt voor HF, 5-50 Watt voor VHF en 2-20 Watt voor UHF (100-50-20)
  • 76. Rpt Shift – Repeatershift. In te stellen per band. In Nederland kies je 0,60 MHz voor VHF en 1,60 MHz voor 70 cm. Je stemt de set af op de band waar je de shift wilt instellen. (0,60MHz – 1,60MHz)
  • 77. Scan Mode – De manier van het hervatten van het scannen. In de Time mode gaat het scannen weer verder na een ingestelde tijd (in te stellen in menu 78), in de Busy mode gaat het scannen pas verder als er geen signaal meer door de squelsh komt, en in de Stop mode stopt de set met scannen. (Busy)
  • 78.Scan Resume – Scan hervat tijd. Na hoeveel seconden stilte (busy mode) of signaal (time) de set verder gaat met scannen. In te stellen tussen 1 en 10 seconden (5)
  • 79. Split Tone – Aan/uit split CTCS/DCS codering, voor als je zowel CTCS als DCS wilt gebruiken.  (off)
  • 80. Sql – RF gain – In de stand Sql werkt de squelsh knop als squelsh, in de stand Rf-Gain als rf-gain. Werkt ook  in fm mode, maar dan draai je het signaal als het ware weg, je ziet niet zoals in SBB en AM de signaal meter “dichtlopen” (Rf-gain)
  • 81. SSB Mic Gain – De ingangsgevoeligheid van de microfoon in de SSB mode, in te stellen tussen 0 en 100. (50)
  • 82. SSB Step – De stapjes tijdens het afstemmen met de mem/vfo knop in de SSB mode. Keuze uit 1/2,5/5 KHz (2,5 KHz)
  • 83. Tone Freq – De frequentie van de subtoon die vaak gebruikt wordt om reperaters te open, keuze uit 50 standaard CTCSS codes. (88.5 voor West-Nederland, 82.5 voor Noord-Nederland, 77.0 voor midden en Oost-Nederland en 71.9 voor Zuid-Nederland)
  • 84. Tot Time – Automatische uitschakeling, in de stellen tussen 1 en 20 minuten of (off)
  • 85. Tuner/Atas – Hier kun je instellen hun je de optionele Atas antenne wilt gebruiken, alleen voor HF, voor HF en 6 meter of voor alles. Je kunt ook voor gebruik van de FC-30 tuner kiezen. (off)
  • 86. TX If Filter – Selecteer het If Filter voor het zenden. Hangt er vanaf welke filters je in de set hebt, standaard (Cfil)
  • 87. Vox Delay – Hier kun je de “hang-tijd” instellen bij het gebruik van de Vox, na hoeveel tijd geen modulatie de set overgaat op ontvangst. In de stellen tussen 100 ms en 3000 ms (500 ms)
  • 88. Vox Gain – Gevoeligheid van de set in vox mode. Hoe hoger de instelling des te sneller zal de zender “aanslaan”. In te stellen tussen 0 en 100 (50)
  • 89. Xvtr A Freq – Frequentie die je uit kunt lezen bij gebruik van een transverter als de set op de A VFO staat
  • 90. Xvtr B Freq – Frequentie die je uit kunt lezen bij gebruik van een transverter als de set op de B VFO staat
  • 91. Xvtr Sel – Instellen als een transverter wordt gebruikt, keuze uit Xvtr A en Xvrt B. Bij normaal gebruik (off)